Ipsos I&O-zetelpeiling: lichtpuntjes voor kabinet Jetten; plusje voor D66
Bekijk het rapport (PDF)
Tevredenheid met kabinet Jetten licht toegenomen
Voor het eerst sinds het aantreden van het kabinet Jetten zien we een positieve knik in de waardering: waar in juni nog maar 19 procent van de kiezers tevreden was, is dat nu – 5 maanden na het aantreden – opgelopen naar 26 procent. Hoewel het onverlet laat dat nog steeds een veel groter deel van de kiezers ontevreden is met dit kabinet (63%), kunnen we wel voorzichtig spreken van een trendbreuk.
Met het meerderheidskabinet Schoof was na 5 maanden (november 2024) 23 procent tevreden, voor het kabinet Rutte IV was dat na eenzelfde periode 27 procent.
Figuur 1: Tevredenheid met kabinet Jetten (vergeleken met kabinetten Rutte IV en Schoof)
Basis: alle kiezers (n= 2.120).

Kiezers van de drie coalitiepartijen én kiezers van grootste oppositiepartij PRO zijn nu tevredener dan een maand geleden. Het meest positief zijn D66-kiezers (77%), maar de grootste winst is te zien onder de CDA-aanhang: een stijging van 40 naar 57 procent. Ook VVD-kiezers zijn nu positiever dan een maand geleden (van 25 naar 37%), maar nog steeds is 58 procent van de VVD-kiezers ontevreden over dit kabinet. Dat is vergelijkbaar met de PRO-kiezers, waarvan 60 procent ontevreden is.
Blij met inhoudelijke voortgang; kleine plus voor D66 in zetelpeiling
Hoe is deze opleving te verklaren? Het heeft er de schijn van dat beleidsplannen die nu rondkomen (stikstofbeleid) of de standvastigheid op het gebied van asiel (vasthouden aan spreidingswet) indruk beginnen te maken op een deel van de – met name progressieve – kiezers, al is dat nog steeds een minderheid. Eerder zagen we al recensies als ‘er wordt tenminste minder geruzied’ of ‘het kan al gauw beter na kabinet Schoof’, die zien we nu ook. Maar voor het eerst zien we nu ook complimenten voor inhoudelijke voortgang. Een D66-kiezer: “Ik voel me gerepresenteerd. Ik ben voorstander van de voorgestelde bezuinigingen. Ik ben blij met het voorgestelde stikstofbeleid.”
In de Ipsos I&O-zetelpeiling zien we hier een glimp van terug: D66 boekt ten opzichte van juni een bescheiden maar significante winst: de partij van premier Jetten gaat van 20 naar 23 zetels. PRO is, met 24 zetels (-2), statistisch gezien even groot als D66. De VVD volgt met 20 zetels (stabiel).
Figuur 2: Zetelpeiling Ipsos I&O 13 juli 2026
Basis: heeft partij van eerste voorkeur (n=1.682).

Stikstofmaatregelen kabinet kunnen rekenen op steun
Dat de stikstofplannen van het kabinet-Jetten op relatief veel goedkeuring kunnen rekenen blijkt ook uit andere vragen in dit onderzoek. Drie op tien kiezers (30%) vinden nu dat het kabinet de huidige inzet om de stikstof-uitstoot te beperken vast moet houden (niet meer en niet minder). Ongeveer een derde (34%) vindt dat het kabinet de inzet moet verminderen, terwijl een vijfde (21%) juist van mening is dat het kabinet een tandje bij moet zetten. Voor het eerst sinds we dit meten (2021) is het aandeel dat vindt dat er minder aan stikstofreductie gedaan moet worden, groter dan het deel dat wil dat er meer aan gedaan wordt.
Figuur 3: Vindt u dat het kabinet meer, minder of ongeveer evenveel moet doen om de uitstoot van stikstof te verminderen? Met ‘evenveel’ bedoelen we het voorgenomen beleid van het kabinet-Jetten dat afgelopen juni bekendgemaakt werd. Basis: allen (n = 2.120).

De meeste voorgenomen stikstofmaatregelen van het kabinet kunnen per saldo op steun rekenen. De meeste kiezers zijn voor de plannen om naast boeren ook andere bedrijven minder stikstof te laten uitstoten (71% voor) en vinden het ook goed dat er geen stikstofvergunning meer nodig zal zijn voor projecten die weinig stikstof uitstoten (63%).
Bijna de helft (46%) is voor het plan om zones rondom natuurgebieden in te stellen waarin veel minder stikstof mag worden uitgekozen. Als daaraan wordt toegevoegd dat boerenbedrijven in deze zones daarom zullen moeten verdwijnen, verhuizen of innoveren, daalt de steun naar 38 procent.
In provincies waar het goed gaat met de natuur zullen de stikstofregels voor bouwplannen minder streng worden dan in andere provincies. Ook hier is men per saldo voor (44% voor, 24% tegen). Dezelfde percentages zien we bij de maatregel dat supermarkten meer biologisch eten moeten gaan verkopen.
De laatste voorgelegde maatregel (als de stikstofdoelen niet worden gehaald, moeten alle boeren in Nederland minder koeien gaan houden) is niet populair. Drie op tien (29%) zijn voor terwijl de helft (51%) zich tegen de maatregel uitspreekt.
Meer samenwerking met PRO?
Omdat de huidige regering van D66, VVD en CDA een minderheidsregering is, moet het kabinet met andere partijen samenwerken om wetten door te voeren. De stikstofplannen kunnen rekenen op de steun van PRO en hebben zo zicht op een Kamermeerderheid. Is dit een vruchtbare route op andere dossiers?
We vroegen kiezers voor enkele belangrijke beleidsterreinen met welke partij(en) het kabinet zou moeten samenwerken. PRO komt er – gemiddeld over alle thema’s – het vaakst uit als partij waarmee het kabinet zou moeten samenwerken. Van alle Nederlanders ziet 29 procent PRO als samenwerkingspartner voor het kabinet. Dit zijn niet alleen kiezers van PRO zelf (de partij haalt in deze peiling 15,5% van de zetels), maar ook kiezers van met name D66 en andere linkse partijen.
Na PRO wordt vooral naar JA21 gekeken (21%). Naast kiezers van JA21 zelf zijn met name kiezers van VVD te spreken over de partij van Eerdmans als samenwerkingspartner voor het kabinet. Achttien procent wil dat het kabinet samenwerkt met de PVV, dat zijn met name kiezers van PVV zelf en van FvD.
Als we deze samenwerkingsvoorkeuren visualiseren in een netwerk (zie figuur 4), zien we twee clusters opdoemen: kiezers van linkse en progressieve partijen die elkaar goede samenwerkingspartners vinden voor het kabinet, inclusief regeringspartij D66. En een cluster aan de rechterkant, met JA21 als spil, PVV, FvD, 50PLUS, DNA (goed voor 7 zetels in de Tweede Kamer) en BBB daaromheen. Kiezers van regeringspartij VVD kijken vooral naar rechts, met name naar JA21 (al is er ook een dunne lijn naar PRO). CDA-kiezers kijken beide kanten op: als het gaat om sociaaleconomische thema’s, klimaat en stikstof naar PRO, als het gaat om immigratie of veiligheid naar JA21 en ChristenUnie. Om tot meer succesvol beleid te komen – de weg naar meer draagvlak voor dit kabinet – zal samenwerking met een of meerdere oppositiepartijen noodzakelijk zijn.
Figuur 4: Voorkeuren voor samenwerking tussen kabinet en oppositie (netwerkanalyse)
Met welke partijen moet het kabinet samenwerken? Een pijl betekent: minstens 15% van deze kiezers wil dat het kabinet samenwerkt met de partij. Pijldikte = mate van voorkeur voor samenwerking; bolgrootte = zetels in TK.
Weerstand op rechts tegen D66 en PRO
Als het kabinet daadwerkelijk (meer) zaken gaat doen met PRO, loopt het het risico dat kiezers op rechts verder afhaken. Kiezers van PVV, JA21 en FvD zijn zeer ontevreden over het kabinet Jetten (90% of meer is dat), onder de JA21-aanhang zien we zelfs nog een daling (van 12% naar 4% tevreden). De samenwerking met PRO op het stikstofdossier lijkt hier mede debet aan te zijn. Rechtse kiezers zijn ontevreden over het kabinet vanwege de plannen (stikstof, verduurzaming, spreidingswet) en het diepe wantrouwen tegen de regeringspartijen. Vooral D66 moet het ontgelden, en een eventuele verdere samenwerking met PRO zien zij in het geheel niet zitten. Inhoudelijk blijft het asielbeleid steen des aanstoots, rechtse kiezers vinden dat er op dat gebied nog steeds te weinig gebeurt. Ook hebben veel van deze kiezers last van stijgende prijzen. Een FvD-kiezer: “Lastenverhogingen, prijsverhogingen, asielbeleid door de strot van gemeenten en inwoners duwen, boeren wegpesten, gratis geld aan asielzoekers geven en de inwoners ervoor laten bloeden, milieu gekte etc.”
Houdt het kabinet stand?
Hoewel de stikstofplannen dus op relatief veel steun kunnen rekenen, verwacht 55 procent van alle Nederlanders dat er de komende maanden opnieuw grootschalige boerenprotesten zullen plaatsvinden. Acties die – als ze gesteund worden – deze steun vooral zullen vinden bij rechts Nederland.
Daarnaast hebben de vakbonden aangekondigd – na de zomervakantie – grootschalige acties en stakingen te houden in het openbaar vervoer, de metaalsector, de schoonmaak en de havens, vanwege de voorgenomen bezuinigingen op de sociale zekerheid. Acties die voornamelijk op bijval mogen rekenen in de linkse hoek.
In de aanloop naar Prinsjesdag en daarna zal waarschijnlijk blijken welke koers het kabinet inslaat en welke delen van het electoraat het voor zich zal kunnen winnen of (verder) van zich vervreemdt. En of het als kabinet standhoudt: ruim de helft van de kiezers (57%) denkt: ‘De minderheidsregering van D66, VVD en CDA zal instabiel zijn en waarschijnlijk niet de volle vier jaar uitzitten’. Alleen D66-kiezers zijn optimistisch , ‘slechts’ 30 procent denkt dat het kabinet de 4 jaar niet zal volmaken. CDA- (43%), VVD- (58%) en PRO-kiezers (50%) zijn (beduidend) pessimistischer. Van de PVV-, JA21- en FvD-kiezers denken grofweg acht op de tien dat het kabinet de rit niet uitzit.
Onderzoeksverantwoording
Dit onderzoek vond plaats van vrijdag 10 tot en met maandag 13 juli. In totaal werkten 2.120 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee aan het onderzoek onder kiezers. De steekproef is volledig getrokken in het I&O Research Panel.
De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken. Bij onderzoek is er sprake van een betrouwbaarheidsinterval en onnauwkeurigheidsmarges. In dit onderzoek gaan we uit van een betrouwbaarheid van 95 procent. Bij een steekproef van n=2.000 en een uitkomst van 50 procent is er sprake van een foutmarge van plus of min 2,2 procent.
Asher van der Schelde
Senior onderzoeker
Peter Kanne
Senior onderzoeksadviseur