Eén op de veertien medewerkers in kinderopvang maakt discriminatie mee

08 juni 2026 | Carolien Veldkamp & Roy van der Hoeve
Zeven procent van de medewerkers in de kinderopvang heeft het afgelopen jaar (2025) te maken gehad met discriminatie. Drie procent twijfelt of het om discriminatie ging. De discriminatie gebeurt voornamelijk door leidinggevenden en collega's en vindt het vaakst plaats op basis van opleidingsniveau. De gevolgen zijn groot: het leidt tot minder werkplezier, meer stress en zelfs uitval.
Eén op de veertien medewerkers in kinderopvang maakt discriminatie mee

Voor het eerst onderzoek naar discriminatie in de kinderopvang

De Alliantie Financieel Sterk door Werk (WOMEN Inc, Het Potentieel Pakken, en Bureau Clara Wichmann) wilde inzicht in hoeverre medewerkers in de kinderopvang discriminatie ervaren. Om dit in beeld te brengen heeft Ipsos I&O in 2025 een onderzoek uitgevoerd onder bijna 900 pedagogisch medewerkers in de kinderopvang. Nog niet eerder is een uitgebreid onderzoek op dit thema uitgevoerd binnen de sector.

Het onderzoek laat zien dat zeven procent van de medewerkers in het afgelopen jaar discriminatie heeft ervaren en 3 procent twijfelt of het om discriminatie ging. In totaal gaat het om 10 procent van de medewerkers die (mogelijk) discriminatie ervaart. Medewerkers die vaak discriminatie ervaren, zijn: medewerkers op de buitenschoolse opvang (BSO), met een tijdelijk contract, een lagere opleiding, jonger dan 50 jaar, met een zichtbare geloofsuiting, met een beperking, of met een seksuele oriëntatie anders dan hetero.

Figuur 1 – Heeft u in de afgelopen twaalf maanden wel eens het gevoel gehad dat u ongelijk behandeld of gediscrimineerd werd op uw werk of stage in de kinderopvang? (n=898; alle medewerkers)

Negen procent van de medewerkers heeft wel eens meegemaakt dat iemand anders in de kinderopvang werd gediscrimineerd. Zes procent twijfelt of het om discriminatie ging.

Discriminatie gebeurt vooral door leidinggevenden en collega‘s

Opvallend is dat de discriminatie meestal niet vanuit ouders komt (20 procent), maar vanuit de eigen organisatie. Bijna de helft (49 procent) van de medewerkers die discriminatie meemaakt, geeft aan dat dit door een leidinggevende gebeurt. Ruim een derde (35 procent) wijst naar collega’s.

De discriminatie vindt plaats op diverse gronden. Medewerkers die zelf discriminatie ervaren, noemen opleidingsniveau (29 procent) als de meest voorkomende grond, gevolgd door leeftijd (20 procent) en geslacht (19 procent). Wanneer medewerkers discriminatie bij anderen zien, is dit het vaakst op basis van afkomst of etniciteit (32 procent). De discriminatie uit zich vooral in negeren en buitensluiten (beide 34 procent) en het bieden van minder carrièrekansen (31 procent).

Grote impact op werkplezier, welzijn en personeelsbehoud

De gevolgen van de discriminatie voor medewerkers zijn groot. Meer dan de helft (55 procent) van de getroffen medewerkers geeft aan dat ze hun werk minder leuk vinden. Daarnaast ervaart 46 procent werkstress en overweegt 44 procent om minder te gaan werken of zelfs helemaal te stoppen in de kinderopvang als gevolg van de discriminatie.

Figuur 2 – Gevolgen van discriminatie (n=93; medewerkers met een (mogelijke) discriminatie-ervaring)

Zorgwekkend is dat één op de tien (11 procent) als gevolg van de discriminatie (tijdelijk) is uitgevallen. Discriminatie heeft niet alleen een emotionele en psychische impact op de individuele medewerker, maar vormt ook een risico voor de toch al krappe personeelsbezetting in de sector.

Meeste slachtoffers doen geen melding van discriminatie

Hoewel de meeste organisaties een vertrouwenspersoon hebben, melden weinig medewerkers de discriminatie: minder dan de helft (42 procent) van de gediscrimineerden bespreekt het voorval met een leidinggevende of HR. Wanneer er wél een melding wordt gemaakt, leidt dit in de helft van de gevallen (49 procent) niet tot actie vanuit de organisatie. Bij 38 procent werd er iets gedaan met de melding. Dit is in de meeste gevallen een of meerdere gesprekken met de betrokkenen, een bericht naar ouders en collega’s en het aanspreken of openbare excuses.

Behoefte aan training en duidelijke meldprocedures

Medewerkers noemen verschillende punten om discriminatie in de kinderopvang tegen te gaan. De meest genoemde wensen zijn: duidelijker maken waar je discriminatie kunt melden (27 procent) en het consequent aanspreken of bestraffen van daders (27 procent). Daarnaast is er vraag naar trainingen over het herkennen van en omgaan met discriminatie, zowel voor medewerkers (21 procent) als specifiek voor leidinggevenden (20 procent).

Campagne

Deze week lanceren WOMEN Inc. en Bureau Clara Wichmann een campagne over discriminatie op de werkvloer in de kinderopvang waarin onderzoeksresultaten, praktijkverhalen en inzichten worden gedeeld. Op dinsdag 16 juni brengen ze tijdens een expertsessie onderzoekers en professionals samen om kennis, ervaringen en praktische handvatten uit te wisselen. Bekijk de campagnepagina voor alle feiten en cijfers uit het onderzoek en meld u aan voor de expertsessie. 

Klik hier om je aan te melden voor de expertsessie.

Verantwoording

Het onderzoek is uitgevoerd door Ipsos I&O in opdracht van WOMEN Inc. en Bureau Clara Wichmann. De resultaten zijn gebaseerd op een online enquête die van half augustus tot eind september 2025 is ingevuld door 898 medewerkers werkzaam in de kinderopvang. De respondenten zijn geworven via een brede benadering, waaronder een steekproef uit het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), het I&O Research Panel, een extern panel en een open link.

U kunt het volledige rapport hier downloaden.

Contact

Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met:

*   Carolien Veldkamp
*   Roy van der Hoeve

We vertellen u graag nog veel meer over Ipsos I&O.


Neem contact op

afbeelding

Carolien Veldkamp

Onderzoeker

afbeelding

Roy van der Hoeve

Onderzoeksadviseur

Willen weten...
Herkent u zich daarin? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.