Peilingensymposium 2026: geen draagvlak voor peilingpauze

01 juni 2026 | Peter Kanne & Asher van der Schelde
In samenwerking met Tom Louwerse van de Universiteit Leiden organiseerde Ipsos I&O op 15 april een symposium over (zetel)peilingen. Het doel van de bijeenkomst was tweeledig: inzicht geven in de voor- en nadelen van peilingen en oplossingen zoeken voor mogelijke negatieve effecten. Aanwezig was een divers gezelschap van journalisten, academici, ambtenaren, peilers (zowel Maurice de Hond, Rozemarijn Lubbe van EenVandaag als de peilers van Ipsos I&O en Verian gaven acte de présence) en anderen die zich in hun werk bezighouden met peilingen.
Peilingensymposium 2026: geen draagvlak voor peilingpauze

Ook rondom de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 was er weer veel discussie over zetelpeilingen. Critici stelden dat deze de campagnedynamiek, en in het verlengde daarvan de uitslag, te veel zouden beïnvloeden. Sommige opiniemakers riepen daarom op tot een peilingpauze in de laatste week of weken voor de verkiezingen. Peter Kanne van Ipsos I&O en Tom Louwerse, hoogleraar politicologie aan de Universiteit Leiden, tevens maker van de Peilingwijzer, achtten het daarom zinvol om deze discussie te voeren met degenen die het aangaat: media, politieke wetenschappers, peilers, Rijksoverheid (BZK), politici en professionals die actief betrokken zijn bij verkiezingscampagnes.

Tom Louwerse ziet verbeteringen én ruimte voor verbeteringen
Tom Louwerse leidde het eerste deel van de middag in. Hij liet zien dat er, in tegenstelling wat tot soms wordt gedacht, nu minder wordt gepeild dan voorheen. In 2017 werden in de laatste maand voor de verkiezingen 32 zetelpeilingen gepubliceerd. In 2025 waren dat er nog maar veertien. Deels komt dat doordat er minder bureaus peilen, maar ook per bureau wordt er nu minder gepeild dan destijds. Daar staat tegenover dat de nieuwsaandacht voor peilingen is toegenomen.

Volgens Louwerse zijn de rapportages bij zetelpeilingen de voorbije jaren verbeterd in kwaliteit. Er is meer oog voor foutmarges en aandacht voor twijfelaars. Toch valt er zijns inziens nog genoeg te verbeteren. Zo zouden de koppen boven de zetelpeilingen wel wat meer twijfel mogen weergeven, en stelt hij zijn vraagtekens bij het verdelen van 150 zetels als een groot deel van de kiezers nog geen keuze heeft gemaakt.

Ook de omgang met zetelpeilingen door de pers is de voorbije jaren veranderd. Louwerse stelt dat er meer aandacht is voor trends en minder voor kleine (irrelevante) verschillen. Daarnaast worden zetelpeilingen tegenwoordig minder vaak als ‘zelfstandig nieuws’ gebracht. Een ontwikkeling die hij toejuicht. Desalniettemin is er ook nog werk aan de winkel voor journalisten. Hij waarschuwt voor een vliegwieleffect: partijen die stijgen in peilingen krijgen extra momentum door positieve berichtgeving.

Verdrijven peilingen de inhoud?
Deze observaties vormden de opmaat voor paneldiscussies. Het eerste panelgesprek, geleid door UvA-hoogleraar politicologie Tom van der Meer, bestond uit Raoul du Pré (chef politieke redactie de Volkskrant), Rozemarijn Lubbe (opinieonderzoeker EenVandaag) en Tom Louwerse. In dit gesprek werd gereflecteerd op de voor- en nadelen van peilingen en de manier waarop hierover door media wordt bericht tijdens de verkiezingscampagne.

Louwerse is van mening dat media in de laatste weken voor de verkiezingen te veel aandacht besteden aan het politieke spel, inclusief peilingen, en zich meer zouden moeten richten op de knikkers: de inhoudelijke verschillen tussen politieke partijen. Hoe te berichten over peilingen is onderwerp van permanent debat op de redactie, aldus Du Pré. Zodra de verkiezingen dichterbij komen wordt het steeds moeilijker om op een consequent genuanceerde manier te berichten over peilingen. Aan de ene kant wordt een peiling vlak voor de verkiezingen een belangrijk gesprek in het land waardoor de krant er ‘niet omheen kan’. Aan de andere kant vreest hij een versterkend effect als er uitgebreid over een losse peiling wordt bericht.

Lubbe bevindt zich als onderzoeker bij EenVandaag (dat de zetelpeiling van Verian brengt) precies op het snijvlak van onderzoek en media. Zij ziet een spanningsveld tussen het genuanceerd brengen van peilingen en er tegelijkertijd voor zorgen dat de uitkomsten laagdrempelig en begrijpelijk zijn. In de uitzendingen van EenVandaag besteden ze daarom veel aandacht aan het uitleggen of een verschil in zetels significant is of niet.

Peilingpauze?
Het tweede deel van de middag had betrekking op mogelijke oplossingen voor de nadelige effecten van peilingen. Dit onderdeel werd ingeleid door Peter Kanne (senior onderzoeksadviseur en peiler bij Ipsos I&O). Peter vertelde waarom er bij Ipsos I&O gepeild wordt. Grofweg zijn daar, zoals het Ipsos I&O-peilteam in 2025 schreef in de Volkskrant, drie redenen voor: het helpt kiezers bij het maken van een keuze, het vertelt media over wat en wie ze (kritisch) moeten berichten en peilingen geven politieke partijen strategische informatie. Bovendien past het doen van politiek onderzoek in de Ipsos-traditie: het in kaart brengen van maatschappelijke en electorale trends wordt door het bedrijf gezien als een belangrijke activiteit om relaties en de samenleving te voorzien van deze inzichten.

Kanne schetste hoe de discussie over peilingen in de loop der jaren is gevoerd, met opinieartikelen, tv-debatten en voorstellen vanuit de Tweede Kamer om een verbod of pauze te onderzoeken. Toenmalig minister van BZK, Hugo de Jonge, reageerde met een goed onderbouwde brief in juni 2024 op schriftelijke vragen van de leden Palmen (NSC) en Erkens (VVD), waarmee hij aangaf niets te zien in een peilverbod aangezien dat:

1) de vrijheid van informatie en pers beperkt,

2) moeilijk te handhaven is,

3) kan leiden tot ongelijkheid omdat sommige partijen wel over (interne) peilingen beschikken en andere niet, en

4) peilingen een belangrijke informatiebron zijn voor kiezers.

De minister concludeerde: “In de Nederlandse situatie is een verbod op het houden en uitbrengen van peilingen niet wenselijk. Het is de verantwoordelijkheid van de journalistiek om afgewogen te publiceren over peilingen en het is aan de kiezer om deze uitkomsten te wegen.”

Daarmee zou de discussie kunnen worden gesloten, ware het niet dat ook Kanne ziet dat er iets schuurt. Uit eigen onderzoek uit oktober 2025 bleek dat ruim een derde van de Nederlanders de peilingen te bepalend vond en ruim vier op tien wel voor een peilingverbod in de laatste week voelden. De peilers van Ipsos I&O zijn dan ook niet tegen zo’n peilingpauze, maar – zo stelde Kanne – het moet wel waterdicht geregeld worden. Wat wil zeggen: er zou een wettelijk verbod moeten komen op het publiceren van peilingen en er zouden niet alsnog ‘geheime’ (of erger nog: fake-) peilingen gepubliceerd mogen worden. Dan zijn we nog verder van huis. Gelet op de brief van de minister van BZK en het uitblijven van ander parlementair initiatief lijkt dat er niet in te zitten. Uitgaande van het uitblijven van een waterdichte peilingpauze is Kannes advies: ‘accepteer dan dat er peilingen gepubliceerd worden’. Onder twee voorwaarden:

  • De peilers moeten ervoor (blijven) zorgen dat peilingen kwalitatief goed zijn (zo goed als mogelijk) en
  • Media moeten over peilingen communiceren ‘voor wat ze zijn’, met al hun onzekerheid, en niet als voorspellingen

Paneldeelneemster Marije Brinkhorst (Meute) is desalniettemin voorstander van een verbod in de week voor de verkiezingen. Ze schreef (op persoonlijke titel) een opiniestuk in NRC waarin ze betoogt dat de focus op peilingen de inhoud en het échte debat verdrijft. Ook dagblad Trouw pleitte meermaals voor een moratorium op peilingpublicaties in de laatste week. Volgens Trouw-journalist Wilma Kieskamp is het diepere probleem van zetelpeilingen in de verkiezingscampagne dat er een te zwaar gewicht aan wordt toegekend, waardoor het gesprek wordt beperkt tot de simpele vraag wie ‘de grootste’ wordt.

Vanuit de zaal vraagt een programmamaker zich vertwijfeld af: ‘kíjken jullie wel naar die talkshows? Het is één en al inhoud.’

Ook Maurice de Hond kan zich niet vinden in de kritiek op peilingen. Volgens hem spelen allerlei factoren een rol in het stemgedrag en laten peilingen slechts zien hoe kiezers reageren op wat er speelt. Het zou volgens De Hond daarom belachelijk zijn om dat te verbieden. Sterker nog, hij vindt de aanwezigheid van peilingen cruciaal voor de democratie. Als ze verboden zouden worden zouden kiezers essentiële informatie ontberen.

Geen animo voor verbod
In de zaal was geen animo voor een peilverbod. Waarmee werd aangesloten op het standpunt van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Kortom, het lijkt er niet op dat er binnen afzienbare tijd een peilverbod of -pauze komt in Nederland. Dat ontslaat ons, en andere peilers, zoals gezegd niet van de opdracht om op genuanceerde wijze te rapporteren waarbij we de onzekerheid van het electoraat goed in beeld brengen. Ook media houden een belangrijke rol. Ook zij zullen op evenwichtige wijze moeten berichten over zetelpeilingen, met name in verkiezingstijd.

Tijdens de bijeenkomst was de Chatham House Rule van toepassing. De Chatham House-regel is een richtlijn die wordt gebruikt in discussies waarbij deelnemers de vrijheid hebben om de uitgewisselde informatie te gebruiken, maar de identiteit van de sprekers of andere deelnemers niet mogen onthullen. Dit bevordert openheid en het delen van informatie, terwijl vertrouwelijkheid behouden blijft. De deelnemers die in dit stuk worden geciteerd zijn daarom gevraagd voor hun toestemming.

We vertellen u graag nog veel meer over Ipsos I&O.


Neem contact op

afbeelding

Peter Kanne

Senior onderzoeksadviseur

afbeelding

Asher van der Schelde

Senior onderzoeker

Willen weten...
Herkent u zich daarin? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.