Zetelpeiling en formatie: weinig vertrouwen in minderheidskabinet
Bekijk het rapport (PDF)
Zetelpeiling: licht verlies voor PVV
Als er nu verkiezingen zouden zijn, maakt D66 wederom kans om als winnaar uit de bus te komen. De partij van Rob Jetten zou nu kunnen rekenen op virtueel 28 zetels. Het gat met naaste achtervolger PVV is vergroot tot vijf zetels. De PVV levert drie zetels in (nipt significante daling) en komt daarmee uit op 23 virtuele zetels. Het verlies van de PVV komt terecht bij JA21 (11 zetels) en FvD (8 zetels), al beleven deze partijen geen significante stijging.
De dataverzameling voor dit onderzoek vond plaats vóórdat zeven PVV-Kamerleden bekendmaakten zich af te scheiden van de PVV-fractie.
Twee op drie kiezers: weinig tot geen vertrouwen in minderheidskabinet D66, VVD en CDA
D66, CDA en VVD hopen op maandag 23 februari met hun minderheids(kabinet) op het bordes te staan. Slechts 27 procent heeft veel of enig vertrouwen in het aanstaande kabinet, twee op drie kiezers (67%) hebben dat niet. Dat is minder dan in mei 2024, eveneens ongeveer een maand voor het aantreden van het kabinet (Schoof), toen 35 procent vertrouwen had in dat kabinet.
Het verschil is enerzijds te verklaren door die minderheid: er zijn nu meer kiezers dan in 2024 wier partij niet vertegenwoordigd is in dit kabinet. Kiezers van aanstaande oppositiepartijen (PVV, JA21, GL-PvdA, BBB, FvD) hebben er erg weinig vertrouwen in. Tegelijkertijd hebben kiezers van de drie toekomstige coalitiepartijen gemiddeld minder vertrouwen dan de coalitiekiezers uit 2024. Van de PVV-kiezers had in 2024 79 procent vertrouwen in het nieuwe kabinet, onder BBB-kiezers was dat 62 procent en NSC-kiezers 58 procent. Onder CDA- en D66-kiezers zien we nu minder enthousiasme dan onder de kabinet-Schoof-kiezers. VVD-kiezers hebben nu evenveel vertrouwen als in mei 2024 (beide keren 45 procent).
Figuur 1 – Vertrouwen in aanstaand minderheidskabinet van D66, VVD en CDA.
Hoeveel of hoe weinig vertrouwen heeft u in een nieuw kabinet van D66, VVD en CDA?

* BBB = indicatief voor 2026 (n=36) ** JA21 en FvD = te weinig waarnemingen in 2024
Scepsis alom
Waarom hebben twee op de drie kiezers weinig tot geen vertrouwen in het aanstaande kabinet? We zien de volgende redenen:
- Inhoudelijk: er komen partijen aan de macht waar men het (zeer) mee oneens is. Dit betreft logischerwijs vooral kiezers van oppositiepartijen.
Maar ook onder coalitiekiezers is er veel wantrouwen. VVD-kiezers zijn bang dat GL-PvdA in deze constructie alsnog veel macht gaat krijgen en het beleid naar links gaat trekken. Bovendien wordt D66 door hen niet vertrouwd. D66-kiezers vrezen juist dat de VVD dwars zal gaan liggen en de zaak zoveel mogelijk naar rechts probeert te trekken (een D66’er: ‘Ik denk dat VVD te rechts is voor D66’) - Procedureel & tempo: veel kiezers vrezen dat het vinden van meerderheden in Tweede en Eerste Kamer veel tijd gaat kosten, waardoor noodzakelijke besluitvorming lang gaat duren. Dat is ook de reden dat veel kiezers denken dat het al snel zal klappen.
- Principieel: een minderheidsregering zien sommige kiezers als ondemocratisch. Het feit dat de PVV buitenspel is gezet betekent, volgens veel rechtse kiezers, eveneens dat het niet democratisch is gegaan.
- Algehele scepsis. Veel kiezers – vooral ter rechterzijde – lijken het vertrouwen in de politiek geheel te hebben verloren. Ze zien drie partijen die het vóór het kabinet-Schoof al hebben laten vastlopen en geloven niet dat het beter zal worden. Een FvD-kiezer: ‘Het bestaat uit dezelfde partijen die alle structurele problemen in Nederland hebben veroorzaakt en niet hebben kunnen/willen oplossen’.
Waarom wel vertrouwen? Kabinet kan slagen omdat het moet
De redenen waarom ruim een kwart er wel (enig) vertrouwen in heeft zijn minder divers. Voor de meesten van deze kiezers geldt dat ze geloven dat het kabinet kan slagen omdat het moet en de partijen eerder bewezen hebben dat ze iets voor elkaar kunnen krijgen. Zoals een SGP-kiezer zegt: ‘Het zijn stabiele partijen. Er is respect voor elkaar. Ik denk dat ze andere partijen wel meekrijgen als het nodig is.’ Ook is er vertrouwen omdat het gaat om partijen die inhoudelijk niet mijlenver uit elkaar liggen. Bovendien speelt mee, zoals een Volt-kiezer het uitdrukt: ‘Ze willen het alle drie beter doen dan het vorige kabinet (die blamage tenietdoen)’
Weerstand tegen fenomeen minderheidsregering gestegen
Het enthousiasme voor een minderheidskabinet is nog steeds niet groot: slechts 12 procent van de kiezers vindt het goed dat er een minderheidsregering komt, een maand geleden was dat 11 procent. Het aandeel dat er echt tegen is groeide van 19 naar 45 procent. Deze toename heeft duidelijk te maken met de samenstelling van de coalitie: kiezers van D66, VVD en CDA zijn nu positiever, kiezers van PVV, JA21 en FvD – voor wie het steeds duidelijker wordt wat de samenstelling van het kabinet, wat in grote lijnen zal zijn en dat er geen radicaal-rechtse partij mee gaat doen – zijn juist negatiever geworden.
Ruime helft kiezers verwacht dat minderheidskabinet niet stabiel zal zijn
Het vertrouwen dat dit minderheidskabinet de volle vier jaar uitzit is niet groot. Ruim de helft van de kiezers (56%) is het eens met de stelling ‘Een minderheidsregering van D66, VVD en CDA zal instabiel zijn en waarschijnlijk niet de volle vier jaar uitzitten’, een maand geleden was dat nog 49 procent.
Ook hier zien we weer dat kiezers CDA en D66 minder pessimistisch zijn geworden en kiezers van oppositiepartijen PVV, JA21 en FvD vaker denken dat het kabinet instabiel zal zijn. Opvallend: VVD-kiezers gaan mee in dit pessimisme: 52 procent is het nu eens met de stelling, waar dit een maand geleden nog 31 procent was.
Eén op vijf: minderheidskabinet minder democratisch
We vroegen kiezers of ze een minderheidsregering als democratischer of juist minder democratisch inschatten. Geen van beide opvattingen krijgt veel steun. Het grootste deel zegt ‘even democratisch’ (41%), een op vijf denkt dat het minder democratisch zal zijn terwijl een op zes juist denkt dat het democratischer zal zijn. Een kwart (23%) weet het niet.
Kiezers op rechts (PVV, JA21, FvD) vinden een minderheidsregering beduidend vaker minder democratisch (ruim 40% vindt dat), terwijl kiezers van de coalitiepartijen het iets vaker dan gemiddeld democratischer vinden, al zitten VVD-kiezers dichter bij het gemiddelde.
Onderzoeksverantwoording
Dit onderzoek vond plaats van vrijdag 16 januari tot en met maandag 19 januari. Er was geen opdrachtgever, Ipsos I&O voerde dit onderzoek op eigen initiatief uit.
In totaal werkten 2.260 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee aan dit onderzoek. De steekproef is grotendeels getrokken in het I&O Research Panel. Een deel (n = 231) deed mee via PanelClix. Dit zijn voornamelijk jongeren, lager opgeleiden en respondenten met een niet-westerse achtergrond.
De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken. Bij onderzoek is er sprake van een betrouwbaarheidsinterval en onnauwkeurigheidsmarges. In dit onderzoek gaan we uit van een betrouwbaarheid van 95 procent. Bij een steekproef van n=2.000 en een uitkomst van 50 procent is er sprake van een foutmarge van plus of min 2,2 procent.
Asher van der Schelde
Senior onderzoeker
Peter Kanne
Senior onderzoeksadviseur