Religieuze gebouwen belangrijk voor verbinding met groter geheel, natuur biedt rust
Bekijk het rapport (PDF)
Nederland ontkerkelijkt al ruim een eeuw. Zo rekent de meerderheid van de Nederlanders zich inmiddels niet tot een geloofsgemeenschap en heeft één op de vier kerkgebouwen geen kerkelijke functie meer. Dit roept vragen op over de toekomst van het religieus erfgoed in Nederland. In opdracht van Socires, Christelijke Hogeschool Ede, Vrijzinnigen Nederland en Museum Catharijneconvent voerde Ipsos I&O daarom in het najaar van 2025 een enquête uit onder ruim 1.500 Nederlanders over dit thema.
Doel van het onderzoek is om uit te zoeken hoe Nederlanders hun directe leefomgeving ervaren en welke plekken voor hen een bijzondere of zelfs heilige betekenis hebben. Centraal staat de vraag welke rol religieuze en niet-religieuze plekken spelen in het vervullen van emotionele, spirituele en sociale behoeften.
Eén op drie bezoekt wel eens een religieuze plek
Eerst brachten we in kaart welke plekken Nederlanders op regelmatige basis bezoeken. De meesten bezoeken in ieder geval op jaarlijkse basis een breed scala aan plekken: winkels, horeca, natuur, parken en culturele instellingen.
Religieuze plekken (kerk, kathedraal, moskee, synagoge of ander type gebouw) worden door een derde van de Nederlanders (31%) minstens eenmaal per jaar bezocht. Degenen die dat doen hebben hier verschillende redenen voor, zo blijkt uit de open vervolgvraag. Naast het belijden van het geloof, doet men dat vooral uit interesse voor de architectuur of kunstzinnige en culturele aspecten van de gebouwen. Daarnaast worden bezinning, rust, inspiratie, troost en herdenken genoemd. Een deel gaat er vooral voor speciale gelegenheden heen, zoals een huwelijk of begrafenis.
Rust wordt vaak opgezocht
Vervolgens vroegen we welke plekken specifiek worden opgezocht om een type emotie te ervaren. De overgrote meerderheid van de Nederlanders (81%) bezoekt wel eens specifiek een plek om rust op te zoeken. Die plek is vaak een natuurgebied (78% van degenen die plek opzoeken voor rust gaat naar een natuurgebied) of park (39%).
Ook vreugde (dit zoekt men vooral op in culturele instellingen, horeca en de natuur) en verbinding met anderen (horeca en culturele instellingen) zijn gevoelens die door de meesten wel eens worden opgezocht. Verdriet en boosheid worden minder opgezocht.
Religieuze plekken worden vooral bezocht voor een verbinding met een groter geheel en troost.
Figuur 1: Kunt u voor elk van deze gevoelens aangeven of u wel eens een plek bezoekt specifiek om dit gevoel op te zoeken? / U geeft aan dat u wel eens een plek bezoekt om <gevoel> op te zoeken. Welke plek of plekken bezoekt u hiervoor?
Leesvoorbeeld: 81 procent zoekt specifiek plekken op om rust te ervaren. Van deze groep gaat 78 procent daarvoor de natuur in.

Slechts een klein deel van de Nederlanders zegt plekken te missen waar zij bepaalde gevoelens kunnen ervaren. Het meest geldt dat nog voor rust (10% mist plekken om rust te ervaren). Jongvolwassenen (18 tot 34 jaar) missen wat vaker dan gemiddeld plekken voor rust. Dat geldt ook voor inwoners van zeer sterke stedelijke gebieden.
Verenigingen en natuur zorg voor overheid, religieuze gebouwen voor beheerders zelf
Wie volgens Nederlanders zorg moet dragen voor plekken die een publieke functie vervullen, verschilt sterk per type plek. Voor verenigingen en buurtcentra kijkt men vooral naar de gemeente; natuur is voornamelijk een verantwoordelijkheid van de landelijke overheid. De zorg voor culturele instellingen ziet men als een gedeelde opgave tussen de overheid en beheerders van de instellingen zelf.
De verantwoordelijkheid voor religieuze gebouwen wordt eerder bij eigenaren en bezoekers gelegd dan bij de overheid. Vooral oudere Nederlanders doen dat. Jongere Nederlanders (18-34 jaar) zien het behoud van religieuze gebouwen als een publieke taak.Verschillende kiezersgroepen verschillen eveneens van mening over de kwestie: kiezers van progressieve partijen leggen een relatief grote verantwoordelijkheid bij de eigenaren van kerken, confessionele kiezers en conservatieve kiezers zien juist een relatief grote publieke verantwoordelijkheid.
Meerderheid voor nieuwe functie van leegstaande religieuze gebouwen
Als gevolg van de ontkerkelijking sluiten veel kerken de deuren of krijgen zij een andere (niet-religieuze) functie. De meeste Nederlanders zijn voorstander van een andere functie voor leegstaande religieuze gebouwen; slechts één op zeven (14%) wil het liefst dat het gebouw wel een religieus gebouw blijft. Dit geldt vaker voor jongeren (19% van 18-34-jarigen) dan 50-plussers (10%). Vooral ombouwen tot woningen, een buurt- of gemeenschapscentrum of plek met culturele functie zijn populaire alternatieven. Aan een niet-religieuze plek voor zingeving is relatief weinig behoefte (12% kiest hiervoor).
Religieuze Nederlanders pleiten er vaker voor dat deze gebouwen een religieuze functie behouden.
Heiligheid vaak religieuze associatie, maar ook ‘dierbaar’, ‘onaantastbaar’
Het woord ‘heilig’ is voor veel mensen religieus geladen. Maar het heeft voor sommige Nederlanders ook een bredere, seculiere betekenis: iets wat dierbaar is, of onaantastbaar. Heilige plekken zijn dan ook niet alleen kerken en andere religieuze gebouwen, maar net zo goed begraafplaatsen, herdenkingsplekken, plekken met geschiedenis, de natuur en thuis. Wat een plek heilig maakt, is met name de stilte of rust (volgens 50% van de Nederlanders), geschiedenis (47%) of aard (44%) van een plek, in iets mindere mate: de persoonlijke connectie met een plek (39%). Voor circa een derde zit heiligheid vooral in de activiteiten (34%) of schoonheid (34%) van een plek.
Onderzoeksverantwoording
De enquête voor dit onderzoek is uitgevoerd in het I&O Research Panel. Respondenten konden de vragenlijst invullen van vrijdag 21 november tot en met dinsdag 2 december 2025.
In totaal werkten 1.517 Nederlanders mee aan het onderzoek. De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken.
Bij onderzoek is er sprake van een betrouwbaarheidsinterval en onnauwkeurigheidsmarges. In dit onderzoek gaan we uit van een betrouwbaarheid van 95 procent. Bij een steekproef van circa n=1.300 en een uitkomst van 50 procent is er sprake van een foutmarge van plus of min 3 procent. Indien de percentages niet optellen tot 100 procent, is dit het gevolg van afrondingsverschillen.
Asher van der Schelde
Senior onderzoeker
Maartje van de Koppel
Onderzoeker