Podcast en AI spelen (nog) beperkte rol bij keuze politieke partij

28 november 2025 | Peter Kanne & Maartje van de Koppel
De online stemhulp, verkiezingsprogramma’s en politieke debatten waren de belangrijkste info-bronnen in de aanloop naar de verkiezingen van 29 oktober. Daarna volgen de tv- en radioprogramma’s en gesprekken met vrienden, familie en kennissen. Nieuwe bronnen als podcast en AI worden nog relatief weinig gebruikt. Ook de peilingen spelen een beperkte rol bij de keuze, als we het de kiezers zelf vragen. Desalniettemin vindt ruim een op de drie kiezers dat peilingen te bepalend waren, vier op tien vinden dat het publiceren van peilingen in de laatste week voor de verkiezingen moeten worden verboden.
Bekijk het rapport (PDF)

Online stemhulp, verkiezingsprogramma’s en politieke debatten belangrijkste bronnen

Als we kiesgerechtigden (of ze nu wel of niet gestemd hebben) vragen welke informatiebronnen zij hebben gebruikt om te beslissen of ze gingen stemmen en op welke partij ze gingen stemmen, blijken de online stemhulp (48%), verkiezingsprogramma’s (37%) en politieke debatten (35%) de belangrijkste bronnen. Daarna volgen de tv- en radioprogramma’s (28%) en gesprekken met vrienden, familie en kennissen (26%). 

Kiezers geven aan dat de online stemhulp, verkiezingsprogramma’s en de politieke debatten ook het vaakst doorslaggevend zijn geweest bij de keuze voor een partij (of bij wel of niet gaan stemmen).

Figuur 1: Gebruikte informatie bronnen & informatiebronnen die het meest hielpen bij keuze
‘Welke van de volgende informatiebronnen heeft u gebruikt om te beslissen of u ging stemmen en op welke partij u ging stemmen?’ (Meerdere antwoorden mogelijk, basis: nameting, allen).
‘Welke van deze informatiebronnen heeft u heeft u het meest geholpen bij uw keuze?’ (Maximaal twee antwoorden mogelijk, basis: nameting, heeft min. 2 infobronnen gebruikt).

Jonge kiezers raadpleegden relatief veel bronnen (18-24 jaar: gemiddeld 3,2 bronnen); vooral de online stemhulp, verkiezingsprogramma’s, gesprekken vrienden en familie, online nieuwswebsites en sociale media. De AI-tool wordt nog niet veel gebruikt (2%), maar van de jongeren noemt (al) 6 procent het.

Hoger opgeleiden gebruikten gemiddeld meer verschillende bronnen (3,0) dan lager opgeleiden (1,7) en middelbaar opgeleiden (2,1). Verder gebruikten kiezers van D66 relatief veel informatiebronnen (gemiddeld 3,4 tegen 2,4 gemiddeld onder alle kiezers) – vooral de stemhulp, politieke debatten en verkiezingsprogramma’s. Ook GL-PvdA- (3,3) en Volt-stemmers (3,2) maakten gebruik van relatief veel verschillende bronnen. PVV-kiezers gebruikten juist relatief weinig bronnen (1,9); een kwart van hen zegt ‘geen’ van de voorgelegde informatiebronnen te hebben gebruikt. Dat geldt nog meer voor de niet-stemmers: gemiddeld gebruikten zij 1,2 bronnen, bijna de helft geeft aan geen van de voorgelegde opties te hebben gebruikt.

Dit jaar niet één debat doorslaggevend

Eerder beschreven we al welke momenten bepalend waren in de campagne. Doorslaggevende ‘events’ waren de herpositionering van D66, de toenemende populariteit van Rob Jetten, de Nieuwsuur-uitzending met (de eveneens zeer populaire) Henri Bontenbal waardoor niet-christelijke CDA-optanten afhaakten, de relatieve onzichtbaarheid van Geert Wilders en de eindsprint van de VVD.

De debatten speelden daarbij zeker een rol. Voor Jetten was het heel gunstig dat hij mee mocht doen aan het eerste RTL-debat (12 oktober) – waar hij door de kijkers, samen met Bontenbal, als winnaar werd aangewezen – waarna een eerste significante stijging in onze zetelpeiling zichtbaar was. Toch was er deze campagne niet één specifiek debat dat doorslaggevend was.

Eén op de drie kiesgerechtigden (35%) zegt de politieke debatten te hebben gebruikt als informatiebronnen om te beslissen of hij/zij ging stemmen en/of op welke partij hij/zij ging stemmen. Maar een groter deel (49%) zag of hoorde minimaal één radio- of tv-debat. Het vaakst zag men iets van het NOS Slotdebat (36%), het SBS-debat (28%), het eerste RTL-debat en het 1Vandaag-debat (beide 22%).[1]

Van degenen die iets van de debatten meekregen (49% van alle kiesgerechtigden dus), zegt 24 procent dat het NOS-debat van 28 oktober het meest hielp bij de keuze. Dit debat wordt gevolgd door het SBS-debat (9%), het EenVandaag-debat (8%) en het eerste RTL-debat (6%).

Podcast en AI (nog) relatief weinig gebruikt

Opvallend is dat sommige bronnen waar in de media relatief veel aandacht voor was, door kiezers zelf (nog) weinig genoemd worden als informatiebron. Zo kopte de NOS op 12 oktober: ‘Podcasts steeds belangrijker in verkiezingscampagne’.[2] Toch zegt maar 6 procent van de kiezers gebruik gemaakt te hebben van podcasts ter informatie voor hun stemkeuze. Jongeren en hoger opgeleiden maakten hier naar eigen zeggen relatief vaak gebruik van.

Als we respondenten open vragen welke podcasts zij hebben gebruikt ter informatie, blijkt dat De Stemming van Vullings & De Rooij veruit het meest is gebruikt, gevolgd de Spindoctors, Afhameren, NRC Haagse Zaken, BOOS en De Correspondent. Onder jongere Nederlanders werd relatief veel geluisterd naar De Stemming en BOOS. Ook hoger opgeleiden luisterden veel naar De Stemming, gevolgd door de Spindoctors, NRC Haagse Zaken, Afhameren en BOOS. Lager en middelbaar opgeleiden luisterden beduidend minder naar podcasts, maar als ze dat deden waren dat vaak De Stemming of Afhameren.

Ook over AI-tools als ChatGPT werd af en toe alarm geslagen. Zo noemde AI-ethicus en techniekfilosoof Joris Krijger in Goed Ingelichte Kring van WNL[3] de invloed van AI in verkiezingstijd ‘echt problematisch’. Volgens hem zou één op de tien mensen ChatGPT gebruiken voor stemadvies. Dat blijkt niet uit dit onderzoek: 2 procent zegt een AI-tool te hebben gebruikt als informatiebron, voor 1 procent was dit naar eigen zeggen doorslaggevend. Toch zou dit best kunnen gaan groeien, aangezien het gebruik onder de jongste kiezersgroep (tot 24 jaar) hoger ligt: 6 procent gebruikte een AI-tool, voor 2 procent van hen was het doorslaggevend.

Instagram meest invloedrijk sociaal medium

Ook sociale media zijn – als we het kiezers zelf vragen – niet zo belangrijk als soms wordt gesteld. Ongeveer één op negen (11%) zegt sociale media gebruikt te hebben bij de beslissing of en waarop hij of zij ging stemmen. Instagram is onder deze groep (met 59%) het belangrijkste kanaal, gevolgd door Facebook (39%), YouTube (30%), TikTok (25%) en X (voorheen Twitter; 20%).

Jongeren haalden hun politieke informatie relatief veel van Instagram (21% van alle 18-24-jarigen en 15% van de 25-34-jarigen), daarna ook relatief vaak van YouTube en TikTok. Ouderen die naar eigen zeggen sociale media gebruikten (7% van de 50-64-jarigen, 4% van de 65-plussers), vonden vaak informatie via Facebook en relatief vaak via X.

Hoger opgeleiden gebruikten sociale media twee keer vaker (13%) dan lager opgeleiden (7%). Hoger opgeleiden keken veel op Instagram voor informatie en gebruikten relatief vaak LinkedIn en Reddit. Lager en middelbaar opgeleiden gebruikten vaker Facebook.  

Peilingen één van de informatiebronnen, volgens kiezers zelden doorslaggevend

Eén op de tien kiezers zegt zetelpeilingen bewust gebruikt te hebben als informatiebron om de stemkeuze mede op te baseren. Twee procent zegt dat het een doorslaggevende bron was. Peilingen kunnen kiezers beïnvloeden doordat ze strategisch stemmen (met een blik op de peilingen), op een partij stemmen ‘omdat de partij het goed doet in de peilingen’ of ‘omdat de partij het slecht doet in de peilingen’. 

Een kleine week voor de verkiezingen gaf – op de vraag welke motieven men heeft om op een partij te stemmen – 17 procent van de kiezers aan strategisch te stemmen.[4] Wetende  dat de standpunten, waarden, dat een partij kan zorgen voor stabiel bestuur, opkomt voor ‘mensen als ik’, de leider/lijsttrekker en de online stemhulp allemaal vaker worden genoemd, kunnen we stellen dat deze 17 procent voor de strategische stem een relatief beperkt stemmotief is.

Zeven op de tien strategische stemmers (12% van alle stemmers) wilden een regering met hun voorkeurspartij mogelijk maken. De helft wilde niet dat een andere partij in de regering komt (50%; 9% van alle stemmers), of een andere partij de grootste wordt (48%; 8% van alle stemmers).

Vier op tien Nederlanders willen publicatiestop peilingen in laatste week

Ondanks deze beperkte directe invloed heeft een substantieel deel van de Nederlanders moeite met de peilingen, met name in de laatste week of weken voor de verkiezingen.

Ruim een op de drie kiezers (37%) vindt dat peilingen te bepalend waren in de afgelopen verkiezingscampagne. Vier op tien (42%) vinden dat het publiceren van peilingen moeten worden verboden in de laatste week voor de verkiezingen. Kiezers van links-progressieve partijen en ChristenUnie, en hoger opgeleiden, hebben meer moeite met peilingen en willen vaker een publicatiestop in de laatste week dan kiezers van PVV, JA21 en SGP, en dan lager opgeleiden.

Figuur 2: In hoeverre bent u het eens of oneens met deze stellingen? (Naar huidige politieke voorkeur) Bron: Ipsos I&O, basis: allen, peiling 25 oktober. Getoond in figuur: alleen % (helemaal) eens

Onderzoeksverantwoording

De uitkomsten van dit onderzoek zijn gebaseerd op wat kiezers zelf zeggen dat zij hebben gebruikt of wat hen heeft geholpen bij hun stemkeuze. Daarmee brengen we vooral bewuste, achteraf benoemde overwegingen in kaart. Onbewuste invloeden van bijvoorbeeld media blijven daarom buiten beeld. Daarnaast hebben we vragen over peilingen gesteld aan een steekproef van Nederlanders die regelmatig aan opinieonderzoek deelnemen. Zij staan mogelijk (enigszins) positiever tegenover peilingen dan niet-panelleden.

Het onderzoek is gebaseerd op twee metingen. De uitkomsten over peilingen zijn afkomstig uit de Ipsos I&O-zetelpeiling van 25 oktober. De dataverzameling voor deze meting vond plaats van donderdagavond 23 oktober 22:00 tot vrijdagavond 24 oktober 2025. In totaal werkten 3.244 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee aan dit onderzoek. De steekproef is grotendeels getrokken in het I&O Research Panel. Een deel (n = 211) deed mee via PanelClix. Dit zijn voornamelijk jongeren, lager opgeleiden en respondenten met een niet-westerse achtergrond.

De uitkomsten over informatiebronnen zijn afkomstig uit de zogeheten nameting. Na de verkiezingen van 29 oktober voerden we deze nameting uit, waarbij we aan al onze panelleden vroegen wat ze daadwerkelijk hebben gestemd. Van het nametingbestand is vervolgens een representatieve steekproef gemaakt van 5.144 kiezers.

De onderzoeksresultaten voor beide metingen zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken. Bij onderzoek is er sprake van een betrouwbaarheidsinterval en onnauwkeurigheidsmarges. In dit onderzoek gaan we uit van een betrouwbaarheid van 95 procent. Bij een steekproef van n=2.000 en een uitkomst van 50 procent is er sprake van een foutmarge van plus of min 2,2 procent.


[1] Deze cijfers kunnen hoger liggen dan de kijk- of luistercijfers. Dit kan zijn doordat deelnemers aan opinieonderzoek wat meer betrokken zijn. Het kan ook verklaard worden doordat mensen fragmenten  van debatten op sociale media of elders zien en zodoende niet in de kijk- en luistercijfers zitten.

[2] NOS, 12 oktober 2025. Podcasts steeds belangrijker in verkiezingscampagne: ‘Valt echt wat te halen’

[3] Goed Ingelichte Kring, 18 oktober 2025. De invloed van AI in verkiezingscampagnes: ‘Het is echt problematisch’ | NPO Radio 1

[4] Ipsos I&O-zetelpeiling: CDA levert in, partijen groeien naar elkaar toe – Ipsos I&O Publiek

We vertellen u graag nog veel meer over Ipsos I&O.


Neem contact op

afbeelding

Peter Kanne

Senior onderzoeksadviseur

afbeelding

Maartje van de Koppel

Onderzoeker

Willen weten...
Herkent u zich daarin? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.