Nauwelijks bewijs dat beautysector wordt misbruikt voor ondermijnende criminaliteit
Bekijk het rapport (PDF)
Ipsos I&O onderzocht samen met onderzoeksbureau Ateno wat de aard, omvang en mechanismen van verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit in de beautysector zijn. Daarnaast gingen we na hoe de weerbaarheid van de sector tegen deze criminaliteitsvormen kan worden verhoogd. De beautysector is in het onderzoek afgebakend tot kappersbedrijven, nagelstudio’s, tattooshops, massagesalons en zonnestudio’s.
Hoe groot is de beautysector?
Naar schatting zijn er in deze sector ruim 50.000 ondernemingen actief. Kapperszaken (67%) en nagelstudio’s (20%) vormen de grootste groep, het aandeel massagesalons en tattooshops (beide 6%) is veel kleiner. Slechts 1 procent bestaat uit zonnestudio’s. Kenmerken van deze sector zijn dat er relatief veel contant geld wordt gebruikt, dat er sprake is van chemicaliën die ook voor drugs kunnen worden gebruikt en dat de toegang tot de beroepen eenvoudig is. Deze kenmerken en de combinatie met de grote aantallen beautyzaken in het straatbeeld versterken het beeld dat de sector kwetsbaar is voor ondermijnende criminaliteit.
Publieke beleving
Een analyse van politiedossiers en gerechtelijke uitspraken laat onder meer zien dat er een groot verschil is tussen wat daadwerkelijk wordt geregistreerd als ondermijnende criminaliteit in de beautybranche en hoe het algemene publiek dat beleeft.
Er zijn hiervoor verschillende verklaringen:
- Het hanteren van een bredere definitie van ondermijning. Zo beschouwen de respondenten in het onderzoek het buiten de boeken houden van een deel van de omzet (creëren van zwart geld) ook als ondermijnende criminaliteit. Dit is weliswaar illegaal, maar het valt niet onder de definitie van georganiseerde criminaliteit.
- Culturele verschillen, zoals het hanteren van andere openingstijden of het feit dat familie en bekenden vaak in de zaak aanwezig zijn. Deze andere werkwijze wordt nog wel eens geassocieerd met ondermijnende criminaliteit.
Minder kwetsbaar
Ook vanuit een nadere theoretische beschouwing is het niet geheel verrassend dat de beautysector minder kwetsbaar is voor ondermijnende criminaliteit dan wordt verondersteld. Zo worden binnen de sector geen diensten aangeboden die noodzakelijk zijn voor het criminele proces, zoals dat bijvoorbeeld wel geldt voor de transportsector of bedrijven voor opslagruimtes. Bovendien is de omzet van beautybedrijven doorgaans niet interessant genoeg voor het op grote schaal witwassen van crimineel geld. En het gebruik van chemicaliën is ook niet zo groot dat het interessant is voor drugscriminelen.
In het onderzoek zijn wel enkele zaken naar voren gekomen waarbij er sprake lijkt te zijn van dekmantelconstructies. Die hadden echter meer te maken met de persoon in kwestie dan met de aantrekkelijkheid van de sector voor dit doel. Er wordt ook wel ‘gerommeld’ in deze sector, met onder meer zwartwerken of het aanbieden van seksuele diensten zonder vergunning daarvoor. Maar op basis van dit onderzoek is niet vast te stellen dat er sprake is van een structureel probleem binnen de sector.
Suggesties voor beleid
Het onderzoek vormt geen aanleiding om intensief beleid te voeren tegen ondermijning in deze sector. Maar omdat het bestaande beeld hardnekkig kan zijn, moet het uitblijven van beleid wel goed worden uitgelegd, om onbegrip te voorkomen.
Daarnaast zijn er twee suggesties om de algemene preventie van criminaliteit in de sector aan te scherpen. Het instellen van een vergunningplicht kan voorkomen dat crimineel geld wordt gebruikt voor het starten van een onderneming. Ondernemers die een bedrijf willen starten op een fysieke locatie kunnen worden gescreend en ook na verlening van de vergunning worden gecontroleerd.
De informatie-uitwisseling tussen overheidsinstanties verloopt soms stroef, onder meer door wettelijke beperkingen of terughoudendheid bij sommige overheidspartners. Het advies is om te zorgen voor een betere gegevensuitwisseling tussen overheidsinstanties. Deze gegevensuitwisseling kan bijdragen aan intensievere handhaving na signalen die wijzen op (ondermijnende) criminaliteit bij een beautybedrijf.
Verantwoording
Om inzicht te krijgen in de aard, omvang en mechanismen van ondermijnende criminaliteit in de beautysector en de mogelijkheden om de weerbaarheid van de sector hiertegen te verhogen voerden we een mixed-method-onderzoek uit. Daarvoor zijn negen onderzoeksmethoden ingezet: deskresearch en secundaire data-analyse op basis van het LISA-vestigingenregister, gesprekken met vertegenwoordigers van brancheverenigingen (ANKO, NGS, NBTK, SVZ en ProVoet), een online enquête onder 423 ondernemers uit de vijf beautybranches, ‘walk en talk’-gesprekken in vijf gemeenten (Amsterdam, Utrecht, Tilburg, Arnhem en Zwolle), interviews met stakeholders (waaronder politie, Arbeidsinspectie en de Belastingdienst), een analyse van 99 politiedossiers en 63 gerechtelijke uitspraken die mogelijk betrekking hebben op ondermijnende criminaliteit, valideringsworkshops met brancheverenigingen en stakeholders, en drie buitenlandstudies door externe experts (België, Italië en het Verenigd Koninkrijk). Ipsos I&O was betrokken bij de secundaire analyse van gegevens uit het LISA-vestigingenregister en de online enquête onder ondernemers uit de vijf beautybranches. Deze ondernemers zijn via twee routes benaderd: via een LISA-steekproef en een oproep door brancheverenigingen.
Laurens Klein Kranenburg
Senior onderzoeker
Ralf ten Hove
Onderzoeker