Ministersploeg nipt voldoende beoordeeld

18 februari 2026 | Asher van der Schelde & Maartje van de Koppel
Over vijf dagen wordt het kabinet-Jetten beëdigd. De beoogde ministers zijn bekender dan de ministers van het voorgaande kabinet en de meesten worden met een voldoende beoordeeld. Het vertrouwen in het kabinet is ongeveer even hoog (grofweg een derde heeft vertrouwen) als het vertrouwen in het kabinet-Schoof vlak voordat dit kabinet aantrad. Waar dat kabinet sterk leunde op lager en middelbaar opgeleiden, is nu vooral inkomen een factor van belang. Hogere inkomensgroepen hebben meer vertrouwen dan lagere inkomens.
Bekijk het rapport (PDF)

Op maandag 23 februari volgt het kabinet-Jetten het kabinet-Schoof op. Zeven ministers van D66, zes van VVD en vijf van het CDA worden die dag beëdigd in Paleis Huis ten Bosch. In dit onderzoek keken we naar het vertrouwen in het nieuwe kabinet als geheel en de waardering voor (en bekendheid van) de afzonderlijke ministers. Ook van de fractievoorzitters onderzochten we de bekendheid en waardering.

Ministers bekender dan bij kabinet-Schoof

Het kabinet-Schoof had een zeer onbekende ministersploeg. Aan de vooravond van de beëdiging van dit kabinet genoten de ministers een gemiddelde bekendheid van 22 procent. Dat was fors minder dan bij Rutte IV (48%). De aanstaande ministersploeg zit daar tussenin: de gemiddelde bekendheid van de ministers bedraagt 31 procent.

Rob Jetten (beoogd premier) en Dilan Yesilgöz (vicepremier en minister van Defensie) zijn bij circa negen op de tien bekend, ook VVD-ministers Sophie Hermans (VWS, 58%) en Vincent Karremans (IenW, 45%) zijn redelijk bekend. Elanor Boekholt-O’Sullivan (VRO, 12%), Bart van den Brink (Asiel en Migratie, 9%), Jaimi van Essen (LVVN, 7%), Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken, 6%) en Heleen Herbert (EZK, 2%) beginnen als relatief onbeschreven bladen.

Meeste ministers met nipte voldoende beoordeeld, gelijk aan kabinet Schoof

De gemiddelde waardering van de ministers ligt voor de meesten rond de 6. Relatief onbekende ministers scoren doorgaans hoger omdat zij vooral bekend zijn onder kiezers van hun eigen partij. Dit geldt in dit geval voor D66-ministers Elanor Boekholt-O’Sullivan (Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, 6,8) en Rianne Letschert (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 6,7), zij kunnen rekenen op de hoogste beoordelingen.

Onvoldoendes zijn er voor Thierry Aartsen (Werk en Participatie, 5,4), Sophie Hermans (VWS, 5,0), Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, 4,9) en Dilan Yesilgöz (Defensie, 4,4). Sjoerdsma krijgt (zeer) lage waarderingen van rechtse kiezers, voor Yesilgöz geldt het omgekeerde: linkse kiezers (en kiezers van FvD) geven haar zeer lage cijfers.

De gemiddelde beoordeling voor de ministersploeg bedraagt een 5,9. Dat is precies gelijk aan de gemiddelde beoordeling van de ministers van het kabinet-Schoof en nagenoeg gelijk aan de beoordeling van de Rutte IV-ministers (6,0).

Drie op tien kiezers hebben vertrouwen- linkse kiezers milder dan rechtse

Net als twee weken geleden heeft circa een derde (31%) van de kiezers vertrouwen in het kabinet. Dat percentage ligt logischerwijs hoger bij kiezers die nu voornemens zijn op een van de drie coalitiepartijen te stemmen (68%). Daarnaast valt op dat kiezers van linkse oppositiepartijen (GL-PvdA, PvdD, SP, DENK, CU, Volt en 50PLUS) meer vertrouwen hebben (28%) dan kiezers van de rechtse oppositie (PVV, JA21, FvD, BBB, SGP: 10%).

Dat hangt samen met het feit dat de kiezers ter linkerzijde van het kabinet ook positiever zijn over de ministersploeg. Met name D66’ers Rianne Letschert (6,9), Rob Jetten (6,7), Hans Vijlbrief (6,6) en Elanor Boekholt-O’Sullivan (6,5) kunnen op ruime voldoendes rekenen, net als CDA’er Mirjam Sterk (6,5). De twee ruime onvoldoendes vanuit links zijn voor Thierry Aartsen (4,8) en Dilan Yesilgöz (3,3).

Rechtse oppositiekiezers geven slechts vier ministers een krappe voldoende: Eelco Heinen (6,0), Vincent Karremans (6,0), David van Weel (5,9) en Elanor Boekholt-O’Sullivan (5,5). De grootste onvoldoendes zijn aan het adres van Sjoerd Sjoerdsma (2,9) en Rob Jetten (3,6).

Kiezers van coalitiepartijen beoordelen bijna iedere minister met een voldoende. Alleen Dilan Yesilgöz haalt dat net niet (5,4).

Kabinet-Jetten leunt sterker op hogere inkomens

Het vertrouwen in het aanstaande kabinet-Jetten is vergelijkbaar met het vertrouwen in het kabinet-Schoof vlak voordat dat kabinet aantrad. Het is echter niet zo dat dit dezelfde mensen betreft. Het kabinet-Schoof kreeg in sterke mate vertrouwen van kiezers met een lagere of middelbare opleiding. Voor het aanstaande kabinet geldt dat niet – het leunt iets sterker op hoger opgeleiden. Maar, verschillen tussen voor- en tegenstanders van het kabinet zijn vooral groot als we kijken naar inkomen. Bijna de helft (45%) van de Nederlanders met een huishoudelijk inkomen van twee keer modaal of meer heeft vertrouwen in het kabinet. Onder de laagste inkomensgroepen heeft slechts 23 procent vertrouwen.

Kortom, het aanstaande kabinet-Jetten leunt vooralsnog vooral sterk op kiezers met hogere inkomens.

Zetelpeiling: D66 blijft grootste

Als er vandaag verkiezingen zouden zijn, zou D66 waarschijnlijk wederom als grootste uit de bus komen. De sociaalliberalen zijn in deze peiling goed voor 25 zetels. Daarna volgen GL-PvdA (22), VVD (20) en PVV (20). Voor de PVV betekent dat een verlies van zes zetels ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen van 2025. Drie partijen staan op winst: JA21 (van 9 naar 13), FvD (van 7 naar 9) en 50PLUS (2 naar 4).

Ten opzichte van de vorige peiling (gepubliceerd op 2 februari) vinden er geen significante wijzigingen plaats.

Het beoogde nieuwe kabinet van D66, VVD en CDA is in deze peiling goed voor 60 zetels. Dat zijn er zes minder dan in de Tweede Kamer.

Figuur 1: Zetelpeiling Ipsos I&O 16 februari 2026
Basis: heeft partij van eerste voorkeur (n=1.802)

Onderzoeksverantwoording

Dit onderzoek vond plaats van vrijdag 13 tot en met maandag 16 februari, 9 uur. Er was geen opdrachtgever, Ipsos I&O voerde dit onderzoek op eigen initiatief uit.

In totaal werkten 2.202 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee aan dit onderzoek. De steekproef is grotendeels getrokken in het I&O Research Panel. Een deel (n = 210) deed mee via PanelClix. Dit zijn voornamelijk jongeren, lager opgeleiden en respondenten met een niet-westerse achtergrond.

De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken. Bij onderzoek is er sprake van een betrouwbaarheidsinterval en onnauwkeurigheidsmarges. In dit onderzoek gaan we uit van een betrouwbaarheid van 95 procent. Bij een steekproef van n=2.000 en een uitkomst van 50 procent is er sprake van een foutmarge van plus of min 2,2 procent.

We vertellen u graag nog veel meer over Ipsos I&O.


Neem contact op

afbeelding

Asher van der Schelde

Senior onderzoeker

afbeelding

Maartje van de Koppel

Onderzoeker

Willen weten...
Herkent u zich daarin? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.