Kinderbrillen vaak onbereikbaar voor ouders
Ongeveer één op de vijf huishoudens met kinderen heeft een of meer kinderen die een bril nodig hebben. Van die groep kan naar schatting één op de tien de bril niet betalen. Bij Amsterdam Universitair Medische Centra (AUMC) werd onderzocht hoe groot dit probleem precies is: hoeveel geven ouders uit aan brillen, en lukt het ze deze te betalen? Ipsos I&O verzamelde de data: we bevroegen ouders én jonge brillendragers zelf.
Via het I&O Research Panel ondervroegen we ruim 2.100 ouders van kinderen onder de 18 en meer dan 500 jongvolwassenen van 18 tot en met 21 jaar. Zij beantwoordden vragen over de kosten van brillen en contactlenzen, of ze aankopen wel eens hebben uitgesteld door de prijs, hoe ze brillen financieren en of ze gebruik maken van vergoedingen via de verzekering, gemeente of speciale fondsen. Ook vroegen we wat ze zonder bril of lenzen niet goed kunnen doen: van schoolwerk en sporten tot deelnemen aan het verkeer.
Op basis van een meta-analyse van Europese studies schat AUMC dat zo’n 634.000 kinderen in Nederland een bril nodig hebben. Uit de data verzameld door Ipsos I&O blijkt dat financiële problemen een rol spelen: 16 procent van de ouders zegt dat ze de aanschaf uitstellen, geen bril kopen of kiezen voor een goedkopere bril die niet altijd goed werkt. Bij gezinnen onder of net boven de armoedegrens gaat het om zo’n 64.000 kinderen. Zonder goede bril kunnen kinderen minder goed lezen, leren en meedoen aan school en spel. Ook kunnen hun ogen verder achteruitgaan of kan een lui oog ontstaan.
Het AUMC schreef een rapport over de onderzoeksresultaten en hoofdonderzoeker Ruth van Nispen bood dit aan minister Bruijn van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan. Hij noemt het “onwenselijk” dat kinderen afhankelijk zijn van liefdadigheid om een bril te kunnen dragen. Lees hier het volledige rapport. De resultaten werden besproken in de media, onder andere bij de NOS en in de Volkskrant.
De onderzoekers van het AUMC adviseren dat kinderbrillen uit het basispakket vergoed worden, dat kinderen vaker oogtests krijgen en dat gezonder schermgebruik en meer buitenspelen wordt gestimuleerd. Zo kunnen leerachterstanden en problemen met het zicht worden voorkomen.
Anne van Bebber
Senior onderzoeker
Sanne Bouwmeester
Onderzoeker