Gemeenteraadsverkiezingen: lokale partijen kunnen doorgroeien

11 maart 2026 | Asher van der Schelde & Peter Kanne
Lokale partijen zullen ook bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 weer als grootste uit de bus komen. De kans is aanwezig dat hun gezamenlijke stemaandeel hoger zal zijn dan in 2022. Van de landelijke partijen heeft GL-PvdA goede papieren om de grootste te worden. FvD is de enige landelijke partij die op substantiële winst staat t.o.v. van vier jaar geleden.
Bekijk het rapport (PDF)

Over een week (18 maart) trekt Nederland weer naar de stembus. Ditmaal voor de gemeenteraadsverkiezingen die in heel het land, behalve Hilversum en Wijdemeren, plaatsvinden.

In dit onderzoek brengen we in kaart wat de opkomst- en stemintenties van kiezers zijn. De gebruikte methode voor deze gemeenteraadspeiling is anders dan in voorgaande jaren. Voorheen vroegen we respondenten om een keuze te maken uit een standaardlijst van landelijke partijen en de optie “een lokale partij”. Dat leidde er toe dat partijen die in een beperkt aantal gemeenten op het stembiljet staan structureel werden overschat. Dit jaar hebben we het anders aangepakt. Respondenten is eerst gevraagd om aan te geven in welke gemeente zij woonachtig zijn. Vervolgens kregen zij de lijst met partijen voorgelegd die in deze gemeente op de kieslijst staan, en vroegen we hen om hun voorkeurspartij aan te vinken. Op deze manier denken we op een accuratere manier de huidige electorale verhoudingen in te schatten.

Opkomst lijkt opnieuw achter te blijven
De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen ligt steevast lager dan bij Tweede Kamerverkiezingen. Bovendien neemt de opkomst af. In 2022 ging 51 procent van de kiezers naar de stembus,  een negatief record.

De ‘zekere stemintentie’ ligt dit jaar drie procentpunt lager dan in 2022. Het is daarom mogelijk dat de opkomst dit keer wederom rond de 50 procent of zelfs net iets lager zal uitvallen.

Lokale partijen gezamenlijk grootst, GL-PvdA mogelijk grootste landelijke partij
In dit onderzoek komen de lokale partijen gezamenlijk uit op 34,5 procent. Gezamenlijk zijn ze daarmee veruit de grootste ‘partij’ (al verschillen ze onderling sterk). Bij de verkiezingen van 2022 behaalden lokale partijen 31,2 procent van de stemmen. De lans dat de lokale partijen doorgroeien is dus aanzienlijk.

GroenLinks-PvdA komt in deze peiling als grootste landelijke partij uit de bus: 14,8 procent zegt op de samenwerking van GroenLinks en PvdA te gaan stemmen. Daarnaast heeft nog eens 2,5 procent een voorkeur voor GroenLinks of PvdA. Alles bij elkaar opgeteld zou de samenwerking daarmee goed zijn voor 17,3 procent van het stemtotaal. Een vergelijkbare score als in 2022, toen toen GroenLinks en PvdA in de meeste gemeenten nog apart meededen en samen 17,8 procent van de stemmen haalden.

VVD (11,4%), D66 (8,7%) en CDA (8,6%) volgen op gepaste afstand. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat het CDA dikwijls wordt onderschat in gemeenteraadspeilingen. In 2022 scoorde de christendemocraten vier procentpunt hoger dan wij in de laatste peiling constateerden. (Dit wordt mede veroorzaakt door de grote deelname van het CDA, het feit dat de CDA-achterban doorgaans trouw naar de stembus komt en dat alternatieven voor deze kiezers vaak niet meedoen). We denken deze onderschatting nu grotendeels te hebben opgevangen via de nieuwe meetmethode.

Ten opzichte van 2022 lijkt FvD significant beter te gaan scoren (van 1,1 naar 3,8%).

Figuur 1.1: Stel dat er nu gemeenteraadsverkiezingen zouden zijn, op welke partij zou u dan stemmen?Hieronder ziet u alle partijen die in uw gemeente meedoen. Als uw partij van keuze er niet tussen staat, doet deze partij niet mee in uw gemeente.
Basis: heeft voorkeurspartij bij gemeenteraadsverkiezingen (n=1.426)
Marges tussen de 2,5 (lokale partijen) en 0,5 (kleine partijen) procentpunt.

* scores voor GL-PvdA, GL en PvdA bij elkaar opgeteld, evenals de scores voor CU-SGP, CU en SGP. Zie paragraaf 1.1 voor precieze uitkomsten.

Partijen op rechterflank doen in weinig gemeenten mee, lokale partijen profiteren
Opvallend is dat partijen ter rechterzijde van de VVD (PVV, FvD, JA21, BBB) op weinig steun kunnen rekenen. Samen komen ze in deze peiling uit op circa zeven procent, terwijl deze stroming in landelijke peilingen goed is voor circa dertig procent van de stemmen. Dat komt voor een groot deel doordat deze partijen in relatief weinig gemeenten meedoen. FvD is nog relatief vaak te kiezen: in 31 procent van de gemeenten is FvD aanwezig op het stembiljet. De PVV (12%), BBB (9%) en JA21 (2%) doen mee in erg weinig gemeenten.

Lokale partijen profiteren hiervan. Meer dan de helft (55%) van de kiezers die lokaal willen stemmen hebben bij landelijke verkiezingen een voorkeur voor PVV, FvD, JA21 of BBB.

Naast dat kiezers van lokale partijen dus relatief vaak rechts zijn, verschillen ze ook op andere manieren van de gemiddelde kiezer. Ze zijn iets vaker man dan vrouw, relatief vaak woonachtig in de zuidelijke provincies en vooral een stuk ouder dan de gemiddelde kiezer.

Kwart heeft nog geen stemvoorkeur
Als het gaat om de uitslag van de verkiezingen is veel nog onzeker. Een kwart (26%) van de kiezers die voornemens zijn om te gaan stemmen heeft nog geen voorkeurspartij. Dit betreft relatief vaak D66-kiezers: drie op tien kiezers die nu voor D66 zouden opteren als er landelijke verkiezingen zouden zijn, weten nog niet wat te stemmen.

Veiligheid en wonen belangrijkste thema’s
Veiligheid (39% zet dit thema in top-3) en wonen (eveneens 39%) zijn voor kiezers de belangrijkste thema’s bij de gemeenteraadsverkiezingen. Veiligheid wordt nu belangrijker geacht dan in 2022 toen 34 procent dit thema noemde. Wonen scoorde toen juist beduidend hoger (50%).

Kiezers die veiligheid belangrijk achten stemmen relatief vaak lokaal (42%) of VVD (16%). Kiezers die wonen belangrijk vinden stemmen juist minder vaak lokaal (30%) en vaker GL-PvdA (22%).

Terwijl ‘immigratie & asiel’ landelijk al jaren bij de belangrijkste thema hoort, lijkt de ‘opvang van asielzoekers’ bij de Gemeenteraadsverkiezingen voor de kiezers een bescheiden rol te spelen: slechts 12 procent noemt dit, waarmee het pas het achtste thema is.  

Onderzoeksverantwoording
Dit onderzoek vond plaats van vrijdag 6 tot en met maandag 9 maart, 9 uur. Er was geen opdrachtgever, Ipsos I&O voerde dit onderzoek op eigen initiatief uit.

In totaal werkten 2.132 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee aan dit onderzoek. De steekproef is grotendeels getrokken in het I&O Research Panel. Een deel (n = 221) deed mee via PanelClix. Dit zijn voornamelijk jongeren, lager opgeleiden en respondenten met een niet-westerse achtergrond.

De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken. Bij onderzoek is er sprake van een betrouwbaarheidsinterval en onnauwkeurigheidsmarges. In dit onderzoek gaan we uit van een betrouwbaarheid van 95 procent. Bij een steekproef van n=2.000 en een uitkomst van 50 procent is er sprake van een foutmarge van plus of min 2,2 procent.

We vertellen u graag nog veel meer over Ipsos I&O.


Neem contact op

afbeelding

Asher van der Schelde

Senior onderzoeker

afbeelding

Peter Kanne

Senior onderzoeksadviseur

Willen weten...
Herkent u zich daarin? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.