Draagvlak voor bescherming jongvolwassenen tegen gokrisico’s
Iets winnen en gezelligheid belangrijkste drijfveren voor spelen
De belangrijkste redenen voor spelers om een kansspel te spelen, zijn het winnen van geld of prijzen (38%) en de gezelligheid (37%). Er zijn verschillen in motieven om te spelen tussen online spelers en niet-online spelers. De online groep speelt bijvoorbeeld vaker voor de opwinding/spanning (30% tegenover 18% van de niet-online spelers) en om te ontspannen (16% tegenover 8%). Niet-online spelers geven in hogere mate aan dat ze spelen voor de gezelligheid (40% tegenover 31% van de online spelers) of omdat het een vaste traditie of gewoonte is (20% tegenover 9%).
Voor twee spellen die bekend staan als ‘hoogrisico-spellen’ (speelautomaten en wedden op sportwedstrijden) vroegen we de redenen voor spelen apart uit. Degenen die dit doen hebben iets andere motieven dan gemiddeld. Spelers op speelautomaten worden gedreven door motieven als ontspanning (20% vs. 11% algemeen) en het gemak van het spel (13% vs. 4% algemeen). Binnen deze groep komen indicatoren voor risicovol speelgedrag ook vaker voor, zoals het proberen terug te winnen van verloren geld (4% tegenover 1% algemeen). Voor degenen die wedden op sportwedstrijden wegen sociale en competitieve elementen zwaarder mee: de invloed van vrienden (21% vs. 6% algemeen), het intensiveren van de sportbeleving (14%) en de overtuiging goed te zijn in het spel (7% vs. 2% algemeen).
Vier procent kwam (naar eigen zeggen) in problemen door gokken, of liep daar risico op
De meeste mensen die in het afgelopen jaar een kansspel speelden, kwamen hierdoor naar eigen zeggen niet in de problemen. Vier procent kreeg wel problemen (1%) of geeft aan daar risico op te lopen (3%). Dat aandeel is vergelijkbaar met de meting van 2024 (5%) . Onder de groep 21 tot en met 23-jarigen ligt dat percentage met 9 procent hoger. Dat geldt ook voor online spelers: binnen die groep rapporteert 9 procent (risico op) problemen. Een deel van de spelers heeft (daarnaast) te maken met negatieve consequenties als gevolg van het gokken. Zo zegt een op twintig spelers (5%) dat ze wel eens spaargeld gebruiken om te gokken, minder slapen of liegen tegen partner, vrienden of familie. Voor alle voorgelegde negatieve consequenties geldt dat online spelers ze vaker rapporteren dan niet-online spelers (Tabel 1).
Tabel 1. Hoe vaak in de afgelopen 12 maanden zorgde uw eigen gokken ervoor dat u… % Vaak + af en toe. Enkele voorbeelden van verschillen (meer items zijn voorgelegd)

Meerderheid vindt legaal online spelen belangrijk, maar let er in de praktijk niet op
Het grootste deel van de online spelers (82%) vindt het belangrijk om op een legale website te spelen. Ook dit is vergelijkbaar met 2024 (81%). In de praktijk geven online spelers aan te letten op uiteenlopende aspecten bij hun keuze voor een kansspelwebsite. Vier op tien spelers zeggen primair te letten op de betrouwbaarheid van de website (40%) en of het een legale aanbieder betreft (41%). Daarna volgen meer praktische overwegingen, zoals goede reviews (14%), de beschikbaarheid van een specifiek spel (13%), en hoeveel persoonsgegevens er verstrekt moeten worden (12%). Hoewel de betrouwbaarheid en legaliteit van de aanbieder belangrijk gevonden worden, is de meerderheid hier bij het kiezen van een aanbieder dus niet mee bezig. Mogelijk speelt het kunnen maken van onderscheid tussen legale en illegale aanbieders een rol: dit blijkt niet voor iedereen even eenvoudig. Een op drie (33%) geeft aan daar moeite mee te hebben. Wel is een lichte verbetering zichtbaar ten opzichte van 2024: toen had 38 procent hier nog moeite mee. Ook is het aandeel dat zeker weet of ze op een legale of illegale website speelt toegenomen (van 57% naar 65%) en zegt een groter deel te weten hoe ze de twee van elkaar kan onderscheiden (van 33% naar 37%). Factoren die samenhangen met marketing, zoals het ontvangen van een bonus (6%) en het uitkeringspercentage (Return to Player, 4%), hebben volgens spelers een ondergeschikte rol in het keuzeproces.
Figuur 1 – In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen?
Basis: online spelers van kansspelen, n=319

*In 2024 luidde deze stelling: ‘Het is moeilijk om onderscheid te maken tussen een legale en illegale website.’
Draagvlak voor bescherming van jongvolwassenen tegen de risico’s van gokken
Er is veel draagvlak in de samenleving voor de bescherming van jongvolwassenen tegen de risico’s van gokken. De overgrote meerderheid (85%) van Nederlanders is voorstander van een verhoging van de leeftijdsgrens voor deelname aan kansspelen naar 21 jaar, zowel voor online kansspelen als kansspelen op fysieke locaties. De steun voor de leeftijdsverhoging is het grootst onder groepen die er niet direct door worden geraakt. Niet-spelers (88% voor) en mensen ouder dan 21 jaar (87% voor) zijn bijvoorbeeld de meest uitgesproken voorstanders van het verhogen van de leeftijdsgrens. Dat geldt zowel voor online kansspelen als kansspelen op een fysieke locatie. Maar ook onder jongeren onder de 21 jaar en online en niet-online spelers is een ruime meerderheid voor deze leeftijdsverhoging (69-84%). Daarnaast is er ook brede steun voor strengere regels voor hoogrisico-kansspelen (88%).
De mogelijkheid bestaat dat een verhoging van de leeftijdsgrens ertoe zou kunnen leiden dat jonge spelers gebruik gaan maken van illegale websites. De meeste jonge spelers van 21 jaar of jonger zeggen dit waarschijnlijk of zeker niet te zullen doen (66% van de online spelers en 78% van de niet-online spelers). Van de online spelers tot 21 jaar zegt ongeveer een op zeven (15%) dat zij mogelijk wel op zoek zullen gaan naar manieren om te blijven gokken als de leeftijdsgrens wordt verhoogd. Voor de niet-online spelers tot 21 jaar gaat het om zes procent. Een grotere groep zegt op zoek te zullen gaan naar een andere vorm van spanning of vermaak als legaal gokken voor hen niet meer mogelijk is (Figuur 2).
Figuur 2 – Kunt u aangeven in hoeverre u het eens of oneens bent met de volgende stellingen?
Basis: alle Nederlanders van 21 jaar of jonger, n=468.

Maatschappelijke acceptatie van gokken hoger dan in eigen familie- of vriendenkring
Aan zowel spelers als niet-spelers is gevraagd hoe zij de maatschappelijke acceptatie van gokken beoordelen. Iets minder dan de helft (39%) van de Nederlanders meent dat gokken als maatschappelijk fenomeen wordt geaccepteerd. Dat is minder dan in 2024, toen het 43 procent was. Men denkt dat de eigen familie- of vriendenkring gokken minder accepteert dan gemiddeld in Nederland. De perceptie van de acceptatie in de privé-omgeving (vrienden en familie) is in 2025 niet veranderd ten opzichte van 2024.
Figuur 3 – Bent u het eens of oneens met deze uitspraken over het gokken in het algemeen?
Basis: alle Nederlanders, n=3.366

Spelers van kansspelen schatten de maatschappelijke acceptatie van kansspelen hoger in dan niet-spelers. De helft (48%) van de spelers gelooft dat gokken door de meeste mensen in Nederland geaccepteerd is. Men schat de acceptatie in de eigen vriendenkring lager in: 40 procent van de online en 34 procent van de niet-online spelers ervaart deze acceptatie van gokken. Deze cijfers staan in contrast met de perceptie van niet-spelers, waar slechts 11% acceptatie in de eigen vriendenkring veronderstelt.
Negatief beeld van problemen door gokken
Het overgrote deel van de Nederlanders (93%) is het eens met de stelling dat ze zich zouden schamen als ze door gokken in de problemen zouden komen. Eveneens een ruime meerderheid (79%) denkt dat de meeste mensen neerkijken op iemand die door gokken in de problemen is gekomen en driekwart (74%) zou het voor andere mensen proberen te verbergen als hij of zij door gokken in de problemen zou raken. Onder online spelers speelt schaamte minder dan onder niet-spelers en niet-online spelers (78% tegenover respectievelijk 95% en 92%). Dit taboe lijkt het zoeken van hulp op voorhand niet in de weg te zitten: twee derde van de spelers en niet-spelers (66%) verwacht wel hulp te zoeken als ze in de problemen zouden komen.
Figuur 4 – Kunt u aangeven in hoeverre de volgende stellingen wel of niet bij u passen?
Basis: alle Nederlanders, n=3.366.

Ruime meerderheid verwacht dat deelname aan kansspelen leidt tot problemen
Een ruime meerderheid van de Nederlanders denkt dat het spelen van kansspelen leidt tot problemen met geld en inkomen (87%), mentale gezondheid (83%), relaties met partner(s), familie en vrienden (82%), werk en/of studie (80%) en lichamelijke gezondheid (64%).
Over het algemeen schatten spelers de kans op problemen kleiner in dan niet-spelers. En online spelers verwachten minder problemen dan niet-online spelers. Zo zegt bijvoorbeeld 77 procent van de niet-online spelers te verwachten dat het spelen van kansspelen kan leiden tot problemen met geld en inkomen, waar dit voor 61 procent van de online spelers geldt.
Hulporganisaties relatief onbekend
De meeste spelers zijn niet bekend met de organisaties die hulp bieden bij gokproblemen. Zo zijn bijvoorbeeld het Loket Kansspel (nu: Openovergokken.nl), CRUKS (ook wel: Gokstop) en Stichting AGOG bij de meerderheid onbekend; slechts een kleine groep (2 à 4%) weet precies wat deze organisaties doen of had er wel eens contact mee. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met de meting in 2024, toen was 2 tot 3 procent hiervan op de hoogte. De bekendheid van Stichting 113 (zelfmoordpreventie) is wat groter dan die van de andere organisaties: een op vijf weet precies wat de organisatie doet of had wel eens contact (22%).
Onderzoeksverantwoording
Ipsos I&O voerde dit onderzoek uit in opdracht van het WODC. Het onderzoek bestond uit twee fasen. Het doel van de eerste fase was om in kaart te brengen over welke onderwerpen het perspectief van spelers en niet-spelers gewenst is. Bij het ministerie van JenV en externe deskundigen op het gebied van kansspelen is geïnventariseerd welke relevante en actuele onderwerpen aan de orde dienden te komen. De inventarisatie uit de vorige meting diende hiervoor als basis. In overleg met de begeleidingscommissie is een definitieve keuze gemaakt. De gekozen thema’s zijn grofweg op te delen in twee categorieën: (1) het speelgedrag van deelnemers aan kansspelen, en (2) de kijk van Nederlanders op gokken en het kansspelbeleid.
Het doel van de tweede fase was om met de gekozen onderwerpen een vragenlijst samen te stellen en deze voor te leggen aan spelers en niet-spelers door middel van een online enquête.
Er zijn in totaal 8.000 Nederlanders van 16 jaar en ouder benaderd uit het I&O Research Panel. Uiteindelijk namen 3.366 Nederlanders deel aan het onderzoek, een respons van 38 procent. Op de data is een weging toegepast op de kenmerken geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, regio en migratieachtergrond, zodat de uitkomsten op die kenmerken representatief zijn voor de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder. De dataverzameling liep van 3 tot en met 17 september 2025.
NB. Het onderzoek was dus deels een herhaalmeting: sommige vragen werden ook in de meting van 2024 gesteld. De focus bij het opstellen van de vragenlijst voor deze meting lag niet zozeer op het maken van een vergelijking met de uitkomsten van 2024, maar vooral het ophalen van informatie over thema’s die door het ministerie van JenV en deskundigen op dit moment relevant en actueel worden geacht. Dat maakt dat een vergelijking tussen deze meting en de meting in 2024 soms wel, maar vaak ook niet mogelijk is.
[1] Online kansspelers gokken frequenter en ervaren meer problemen – Ipsos I&O Publiek
Dewi Hollander
Onderzoeker
Charlotte van Miltenburg
Senior onderzoeker